interview


vraaggesprek met Ricardo Burgzorg

waarom heb je über blick opgericht?
‘In de loop van de jaren heb ik steeds duidelijker ideeën gekregen over hoe dingen vormgegeven zouden moeten worden. Ik kon die niet langer vanuit één instelling realiseren. Overal in het culturele veld zie ik mogelijkheden. Vooral in de podiumkunsten en de beeldende kunst ben ik goed thuis. Ik weet vrij scherp wie er nodig zijn om ideeën te verwezenlijken. Het probleem is, vind ik, dat er te weinig samenwerking is in Nederland. Er zijn genoeg culturele instituten – zelfs méér dan. We zouden veel beter gebruik kunnen maken van al die kennis en van al dat 'steen’. Dat is nou precies waar mijn bedrijf zich op richt. Op het leggen van verbindingen. Vandaar ook de ondertitel ‘verbindingen in cultuur’. Ik zie mezelf als verbindingsman. Ik breng mensen en instellingen bij elkaar. Vooral ook die nu te vaak nog aan de zijlijn staan – publiek en makers met een dubbel cultureel profiel.’

wat deed je hiervoor zoal?
‘Begonnen ben ik in Amsterdam in de jaren tachtig met een galerie voor jonge kunstenaars. Ik heb vervolgens lang in de theaterwereld gewerkt. Zeven jaar voor De Nieuw Amsterdam (DNA). Daarna in 1997 voor Made in da Shade. Vervolgens heb ik vanaf datzelfde jaar zeven jaar voor het Volksbuurtmuseum in Den Haag gewerkt, waar ik mede beleid maakte op het gebied van kunstuitingen van migranten. Daarna ook nog een jaar bij Cosmic in Amsterdam. In al die jaren heb ik een groot netwerk opgebouwd. Ik ken de kant van degenen die kunst maken en presenteren. Maar heb ook de kant die kunst financiert leren kennen als commissielid van het Fonds voor Amateurskunst en Podiumkunsten, het Prins Bernhard Cultuurfonds en het Fonds Podiumprogrammering en Marketing. Daarbij ben ik vier jaar commissielid theater geweest bij de Raad voor Cultuur.’

über blick, een Duitse naam voor een Nederlands bedrijf.
‘Toen ik de naam nog niet had, wist ik half bewust dat het iets te maken moest hebben met ‘zicht of overzicht hebben’. Ik heb het toen gelaten, er niet verder over nagedacht. Soms moet je even wachten, maar het komt altijd – daar vertrouw ik op. Uiteindelijk ging het ook zo. Toen ik een week in Salzburg was, bracht ik een bezoek aan een museum – natuurlijk. Museum der Moderne, als ik het goed heb. Ik zag de titel van de tentoonstelling op een affiche met twee ogen die je recht aankijken. Het was zo’n bijzondere ervaring. Dat was het! Überblick. Het zei alles, meer dan het Nederlandse woord ‘overzicht’. Verder zoek ik vaak naar een soort wrijving. Ik wist op het moment dat ik voor Duits koos, dat die er zou komen. Dat heeft nog altijd met de Tweede Wereldoorlog te maken. Zo’n naam in Nederland roept vragen op en confronteert mensen met een zeker vooroordeel in henzelf. Dat vind ik spannend.’

de multiculturele samenleving, hoe kijk jij daar tegenaan?
‘Wanneer bevolkingsgroepen groeien, worden ze economisch belangrijker. Dat is momenteel met de groep niet-westerse allochtonen aan de hand in Nederland. Albert Heijn wil niet voor niets ineens halal vlees gaan verkopen. Ook voor de culturele wereld gaat dit op. Aan de ene kant worden minderheden interessanter als publiek of maker en aan de andere kant eisen ze duidelijker hun plek op. Maar ze vormen nog geen massa die in dat opzicht bepalend is. Dus ik zeg, zorg ervoor dat het bestaande theater- en museumpubliek - 'de massa' - blijft komen, maar werk daarbij ook met bekende kunstenaars, zoals Jörgen Raymann, Tania Kross, of Rachid Ben Ali om nieuw publiek te interesseren.'

En vooral, ontwikkel landelijke marketingstrategieën gericht op specifieke doel- groepen. Moet je opletten wat er dan gebeurt. Dan zit met veel grotere regelmaat dan nu ineens iedereen in de zaal of staat in de rij bij het museum – wit en zwart. Kijk maar naar Joop van den Ende, met de Lion King. Hij weet hoe je dat doet. Dat is een specifiek voorbeeld uit de musicalwereld, maar het gaat in wezen op voor elke kunstdiscipline. Je ziet dit principe terug in het project 'De onderstroom' - dat ik momenteel aan het voorbereiden ben samen met theaters en podia. Maar net zo goed in My first Art Collection, een programma waarin een heterogene groep hoog- opgeleiden wordt klaargestoomd als verzamelaar of sponsor van hedendaagse beeldende kunst.’

Den Haag, januari 2007